Structure et fonctions du droit public belge
82 cardsCette note résume la Constitution belge, le régime parlementaire, la séparation des pouvoirs, la monarchie constitutionnelle, le fédéralisme, les compétences des autorités fédérales, communautaires et régionales, ainsi que l'organisation judiciaire et les droits fondamentaux.
82 cards
Belgisch Staatsrecht en Instellingen
1. Definitie en Publiekrecht
Staatsrecht regelt de inrichting, werking en onderlinge verhouding van de organen van de Staat en de fundamentele rechten van de burgers. Het maakt deel uit van het publiekrecht, dat de relatie tussen burger en overheid beheerst.
2. Kernkenmerken van de Belgische Staat
2.1 Democratische Staat
België is een democratie waar het volk periodiek via vrije en geheime verkiezingen vertegenwoordigers aanduidt. De legitimiteit van deze vertegenwoordigers vloeit voort uit de wil van de meerderheid. Echter, een democratische staat beschermt ook de rechten van de minderheid: de meerderheid heeft niet altijd het laatste woord vanwege het kiessysteem en de vereiste van bijzondere meerderheid.
2.2 Scheiding der Machten
De Belgische Grondwet organiseert drie klassieke machten (trias politica):
- Wetgevende macht: Kamer, Senaat en Koning
- Uitvoerende macht: Koning + ministers en regering
- Rechterlijke macht: Hoven en rechtbanken
Deze machten moeten elkaar controleren (checks and balances) én samenwerken. De rechterlijke macht beschikt over de sterkste onafhankelijkheid. De minister van Justitie bezit geen negatief injunctierecht (kan een magistraat niet zeggen wat te doen), maar wel positief injunctierecht (kan via het parket generaal opdracht geven tot onderzoek).
2.3 Representatieve Instellingen
Beslissingen worden niet rechtstreeks door het volk genomen, maar door verkozen vertegenwoordigers die de hele natie vertegenwoordigen (niet enkel hun kiezers). Dit systeem steunt op nationale soevereiniteit, niet op volkssoevereiniteit.
2.4 Gerationaliseerd Parlementair Regime
Alleen het parlement is verkozen en heeft democratische legitimiteit. De niet-verkozen regering is verantwoording verschuldigd aan het parlement. Na 1993 werd het systeem gerationaliseerd: de regering kan niet zomaar vallen zonder directe oplossing. Politieke controle gebeurt enkel door de Kamer van Volksvertegenwoordigers via een constructieve motie van wantrouwen (art. 46 Gw.), die meteen een nieuwe eerste minister moet voordragen.
2.5 Rechtsstaat
Een rechtsstaat gebonden aan het recht, waarin:
- Gezagsdragers gebonden zijn aan objectief recht en bevoegdheidsverdeling
- Fundamentele rechten onaantastbaar zijn, zelfs voor een democratische meerderheid
- Effectieve rechtsbescherming door een onafhankelijke rechter gegarandeerd is
2.6 Erfelijke Grondwettelijke Monarchie
Erfelijke monarchie: het koningschap gaat via erfopvolging volgens eerstgeboorterecht. Grondwettelijk monarchie: de Koning is niet absoluut; zijn bevoegdheden zijn in de Grondwet vastgelegd. De eedaflegging symboliseert onderwerping aan de Grondwet. De titel "Koning der Belgen" (niet "van België") benadrukt dat hij voor het volk is, niet eigenaar van het land.
2.7 Federale Staat
België is een federale staat samengesteld uit gemeenschappen en gewesten. De staatsmacht is verdeeld over drie bestuursniveaus met overlappende grondgebieden en eigen bevoegdheden.
3. Federale Overheid
3.1 Federaal Parlement: Functioneel Bicameralisme
Het parlement bestaat uit twee kamers met verschillende samenstelling en bevoegdheden:
| Instelling | Vertegenwoordiging | Wetgeving | Controle regering |
| Kamer | Hele bevolking | Alle (formele) wetten | Ja (politiek + financieel) |
| Senaat | Deelstaten | Beperkt: grondwetsherzieningen, bijzondere wetten | Neen |
Kamer van Volksvertegenwoordigers: 150 rechtstreeks verkozen leden voor 5 jaar. Verkiesbaarheidsvoorwaarden: Belg zijn, 18 jaar, burgerlijke en politieke rechten, woonplaats in België. Verkiezing via algemeen enkelvoudig stemrecht, verplichte geheime stemming, evenredige vertegenwoordiging met 5% kiesdrempel, provinciale kiesomschrijvingen.
Senaat: 60 senatoren (niet rechtstreeks verkozen). Aangewezen door deelparlementen en gecoöpteerd door senatoren zelf. Niet-permanent orgaan. Bij grondwetswijziging worden beide kamers automatisch ontbonden.
Parlamentaire bescherming: Onverantwoordelijkheid = nooit vervolgd voor meningen in functie-uitoefening. Onschendbaarheid = niet strafrechtelijk vervolgbaar zonder toestemming kamer (tijdens zittingsperiode).
3.2 Bevoegdheden Kamer en Senaat
De Kamer bezit volheid van bevoegdheid: bevoegd voor alles wat de Grondwet niet uitdrukkelijk aan anderen toekent.
Unicamerale aangelegenheden: enkel Kamer bevoegd (standaardmodus). Bicamerale aangelegenheden: beide kamers gelijk bevoegd (grondwetsherzieningen, bijzondere meerdereidswetten). Gedeeltelijk bicameral: Kamer beslist, Senaat heeft evocatie- en reflectierecht (art. 78 Gw).
3.3 De Koning als Instelling
De Koning heeft een unieke positie: derde tak van de wetgevende macht en hoofd van de uitvoerende macht. Zijn positie wordt begrensd door:
- Onschendbaarheid: kan nooit vervolgd worden
- Niet-verantwoordelijkheid: politiek onaantastbaar
- Politieke onbekwaamheid om alleen te handelen: elke akte moet medeondertekend door een minister (ministeriële contrasignering)
Bevoegdheden: benoeming van ministers, leiding buitenlandse betrekkingen, Kamer ontbinden/verdagen/bijeenroepen, verordeningen en uitvoeringsbesluiten, wetten bekrachtigen en afkondigen, vonnissen uitvoeren, graden en adeldom verlenen.
Belangrijkste ongeschreven bevoegdheid: aansturing regeringsonderhandelingen na verkiezingen. De Koning duidt achtereenvolgens aan: Verkenner → Bemiddelaar → Informateur → Formateur.
3.4 Federale Regering
Benoeming: Koning benoemt formeel ministers en staatssecretarissen, maar in praktijk via onderhandelingen tussen politieke partijen.
Structuur:
- Ministerraad: maximaal 15 ministers, paritair samengesteld (Nederlandstalig-Franstalig), belangrijkste politieke beslissingsorgaan
- Eerste Minister: leidt en vertegenwoordigt regering, voorzitter ministerraad
- Staatssecretarissen: onder verantwoordelijkheid van minister, dezelfde bevoegdheden binnen hun domein
Statuur minister: enkel Belgen, geen koninklijke familie, zitting in beide kamers, politieke verantwoordelijkheid enkel naar Kamer, geen vervolging voor meningen, strafrechtelijke vervolging met Kamer-toestemming, onverenigbaar met parlementair mandaat (tijdelijk).
Bevoegdheden uitvoerende macht: wetten uitvoeren en toepassen, beleid voeren, dagelijks bestuur via ambtenaren, vonnissen ten uitvoer leggen, internationale betrekkingen, orde en veiligheid, defensie organiseren. In de praktijk is de regering de motor van het dagelijks bestuur; ministers dragen verantwoordelijkheid en nemen beslissingen binnen grondwettelijke grenzen.
4. Rechtsprekende Macht
4.1 Categorieën Rechtsprekende Organen
De rechtsprekende functie wordt uitgeoefend door:
- Rechterlijke macht: Hoven en rechtbanken
- Administratieve rechtscolleges: Raad van State, Raad voor Vreemdelingenbetwisting
- Bijzondere rechtscolleges: Grondwettelijk Hof
4.2 Zes Grondwettelijke Principes
Principe 1: Burgerlijke rechten → exclusief voor hoven en rechtbanken. Principe 2: Politieke rechten → in principe ook hoven en rechtbanken. Principe 3: Federale wetgever kan politieke rechten aan administratieve rechtscolleges toewijzen. Principe 4: Geen uitzonderingsrechtbanken (art. 13 Gw.). Principe 5: Rechtscolleges bij wet opgericht (scheiding machten). Principe 6: Één Raad van State voor geheel België (federaal georganiseerd, twee taken: rechtspraak en advies).
4.3 Gezag Rechterlijke Uitspraak
Vonnis: uitspraak lagere rechtbank. Arrest: uitspraak hogere gerechtsinstantie. Gezag van gewijsde: uitspraak geacht juist; dezelfde zaak niet opnieuw voorlegbaar. Kracht van gewijsde: na uitputting rechtsmiddelen definitief en onherroepelijk.
4.4 Organisatie Rechterlijke Macht
Hiërarchisch georganiseerd volgens drie principes: dubbele aanleg, territoriaal werkingsgebied, materiële bevoegdheid.
Rechtbanken: beperkt territoriaal werkingsgebied, eerste aanleg, vonnissen. Hoven: tweede aanleg, geen hoger beroep, arresten, ruim territoriaal werkingsgebied.
België ingedeeld in: 5 ressorts, 12 arrondissementen, 187 kantons.
| Niveau | Rechtscollege |
| Ressort | Hoven van Beroep, arbeidshof |
| Arrondissement | Rechtbanken |
| Kanton | Vrederechters |
4.5 Vrederechter
Één per kanton (alleenzetelende). Algemene bevoegdheid: burgerlijke geschillen ≤ 5000 euro. Beroepsgrens: ≤ 2000 euro → eerste en laatste aanleg; > 2000 euro → hoger beroep mogelijk. Bijzondere bevoegdheid: verhuur onroerend goed, begraafplaatsen, nutsbedrijven, telecomdiensten, geesteszieken (ongeacht bedrag).
4.6 Rechtbank van Eerste Aanleg (REA)
Meest veelzijdige rechtbank. Opgedeeld in vier secties: Burgerlijke, Correctionele, Familie- en Jeugd-, Strafuitvoerings-. Residuaire rechtbank: bevoegd voor alles niet uitdrukkelijk aan andere rechter toegewezen.
Burgerlijke rechtbank: burgerlijke geschillen > 5000 euro. Familie- en jeugdrechtbank: staat personen, samenwoning, echtscheiding, gezag, onderhoudsgeld, erfenissen (familie); bescherming, maatregelen, verontrustende situaties, misdrijven minderjarigen (jeugd). Fiscale kamer: geschillen belastingwetten (alle bedragen). Beslagrechter: bewarend en uitvoerend beslag, roerende zakelijke zekerheden. Voorzitter REA: kort geding (dringende zaken, voorlopige titel).
4.7 Ondernemingsrechtbank
Negen in België. Samenstelling: beroepsmagistraten en lekenrechters (ondernemingszaken). Bevoegdheid: geschillen tussen ondernemingen (ongeacht bedrag), gemengde geschillen, faillissementen, venootschapsbetwistingen, intellectuele eigendom, marktpraktijken.
4.8 Hoven van Beroep
Vijf (Brussel, Antwerpen, Gent, Luik, Bergen). Kamers: burgerlijk, correctioneel, jeugd, familie. Bevoegdheden: hoger beroep vonnissen REA en ondernemingsrechtbank, beroepen tegen administratieve/politieke beslissingen (verkiezingen, consulaire zaken, rampenbeslissingen, nationaliteitsstatus, marktzaken).
4.9 Hof van Cassatie
Uniek voor België (Brussel). Hoogste rechtscollege, waakt over eenvormige wettoelichting. Controle: wettoelichting en procedureregels (niet feiten). Uitspraken: Verwerping (wet juist) of Vernietiging (fout, zaak verwezen). Verwijzingsrechtbank moet Cassatie-arrest volgen. Europese uitzondering: tweede cassatieberoep mogelijk als nieuwe EU-uitspraak zaak verandert.
4.10 Arbeidsrechtbank en Arbeidshoven
Arbeidsrechtbank (eerste aanleg): geschillen werk, sociale zekerheid, sociale bijstand, collectieve schuldenregeling. Samenstelling: beroepsrechter en lekenrechters (sociale zaken). Hoger beroep: altijd mogelijk ongeacht waarde. Arbeidshoven (vijf): tweede instantie hoger beroep arbeidsrechtbanken.
4.11 Strafrechterlijke Organisatie
Politierechtbanken (15): inbreuken wegverkeerswetten, bijzondere wetsmisdrijven, onopzettelijke doding/slagen na verkeersongeval, administratieve sancties. Correctionele rechtbank: alle misdrijven niet specifiek aan politierechter, hof van assisen of hof van beroep. Jeugdrechtbank: beschermingsmaatregelen, verontrustende situaties, administratieve beroepen, berechting minderjarigen. Strafuitvoeringsrechtbank: uitvoering straffen, voorwaardelijke invrijheidstelling, elektronisch toezicht, beperkte detentie. Hoven van assisen (11): politieke misdrijven, drukpersmisdrijven, criminele zaken. Samenstelling: 3 beroepsmagistraten en 12-ledige jury.
4.12 Openbaar Ministerie
Belast met strafvordering via opportuniteitsbeginsel. Hiërarchie: Minister Justitie → Procureur-generaal Cassatie → Procureurs-generaal hoven → Procureurs des Konings. Federaal parket: grensoverschrijdende/zware criminaliteit (terrorisme, mensenhandel, georganiseerde misdaad).
4.13 Onderzoeksgerechten en Raadkamer
Raadkamer: een rechter, griffer, OM-lid. Beslist gerechtelijk onderzoeksresultaten, voorlopige hechtenis voortzetting. Kamer inbeschuldigingstelling: onderdeel Hof van Beroep, hoger beroep raadkamerbeslissingen, doorverwijzing hof van assisen.
5. Administratieve Rechtscolleges
5.1 Raad van State
Sui generis rechtscollege (uniek). Afdeling Wetgeving: advies wetsontwerpen. Afdeling Bestuursrechtspraak: arresten geschillen, taalkundig verdeeld (5 Nederlandstalige, 5 Franstalige kamers).
Bevoegdheden: legaliteitscontrole (beroep tot nietigverklaring tegen bestuurshandelingen federale overheid, gemeenschappen, gewesten, provincies, gemeenten, publiekrechtelijke organen, tuchtoverheden).
Vernietigingsbevoegdheid: Erga omnes (geldt iedereen), Ex tunc (terugwerkend). Maatregelen verzachting: Schorsing verjaringstermijn (4 maanden via ombudsman), Belang-vereiste, Handhaving gevolgen in tijd.
Uitspraak eerste en laatste aanleg: geen hoger beroep, geen cassatieberoep (regel). Uitzondering: Attributieconflict (rechtsmacht vraag naar Hof van Cassatie).
5.2 Legaliteitscontrole van Bestuurshandelingen
Alle rechtscolleges verplicht wettigheid bestuurshandelingen controleren. Rechtsgevolg: Buiten-toepassing-lating (rechter negeert onwettig besluit, inter partes). Besluit blijft in rechtsorde; andere burgers nog getroffen totdat zij zelf naar rechter stappen.
5.3 Grondwettelijk Hof
Bijzonder rechtscollege (niet tot rechterlijke macht). Samenstelling: 12 rechters (leven), taalneutraal (6-6), professioneel (50% juristen, 50% voormalige politici, minstens 5 jaar parlementslid), genderevenwicht (minstens 1/3 elk geslacht), minimum 40 jaar.
Bevoegdheden: Bevoegdheidsgeschillen (federaal vs. deelstaten), Grondwetstoetsing (gelijkheid, niet-discriminatie, onderwijsvrijheid, burgerlijke vrijheden, fiscaliteit, vreemdelingenbescherming), Bijzondere opdrachten (volksraadplegingen, verkiezingsuitgaven).
Wat niet: KB, MB, provinciale/gemeentelijke verordeningen.
Prejudiciële procedure: rechtbank stelt vraag Grondwettelijk Hof over wet/decreet/ordonnantie grondwettigheid. Hof antwoordt dwingend; rechter verplicht deze te volgen.
6. Gemeenschappen en Gewesten
6.1 Structuur
België wijkt af traditionele federale staten: dubbele opdeling. Taalgebieden (4): Nederlands (Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen), Frans (Henegouwen, Luik deels, Luxemburg, Namen, Waals-Brabant), Duits (9 gemeenten Oost-België), Tweetalig Brussel-Hoofdstad (19 gemeenten). Gemeenschappen (3, persoonsgebonden): Vlaamse, Franse, Duitstalige. Gewesten (3, territoriaal): Vlaams (Nederlands), Waals (Frans + Duits), Brussels (tweetalig).
6.2 Bevoegdheden Gemeenschappen
Culturele aangelegenheden: taalbescherming, kunsten, sport, musea, bibliotheken, media, jeugdbeleid, beroepsomscholing. Onderwijs: bijna volledige bevoegdheid (federaal: leerplicht, diploma). Persoonsgebonden aangelegenheden: gezondheidsbeleid, bijstand personen, justitiehuizen, gezinsbijslagen, filmkeuring. Taalgebruik: bestuurszaken, onderwijs, sociale betrekkingen.
6.3 Bevoegdheden Gewesten
Onteigening, authenticatie, bestuurlijk toezicht (lagere overheden). Horizontale bevoegdheden: samenwerking, internationale betrekkingen (gewestmateries), handhaving, wetenschappelijk onderzoek. Volksraadpleging: gewesten recht organiseren (uitzonderingen: financiën, bijzondere meerderheidszaken). Impliciete bevoegdheden: onder strikte voorwaarden eigen rechtscolleges (vb. Raad Vergunningsbetwistingen). Ruimtelijke ordening: stedenbouw, rooijlanden, monumenten, landschap. Dierenwelzijn, verkeersveiligheid.
6.4 Organen Gemeenschappen en Gewesten
Constructieve autonomie: deelstaten bepalen grotendeels eigen internalorganisatie (parlementsleden, samenstelling, ministers, kieskringen). Verkiezingen: in principe elke 5 jaar met Europese verkiezingen.
Vlaams Parlement en Regering: Gefusioneerd (gemeenschap + gewest). 124 leden (118 Vlaams gewest, 6 Brussel Nederlands). Regering: max 11 leden (minstens één Brussel). Verantwoordelijkheid collectief + individueel. Motie wantrouwen tegen regering of individuele leden mogelijk. Regering kan parlement niet doen vallen.
Franse Gemeenschap: Parlement 75 leden (Waals parlement + Brussel Franstalig), niet gefuseerd. Regering max 8 (minstens één Brussel).
Waals Gewest: 75 leden rechtstreeks verkozen. Regering max 9.
Duitstalige Gemeenschap: Parlement 25 rechtstreeks verkozen (+ raadgevende leden). Regering 3-5 leden. Beperktere bevoegdheden.
Brussels Hoofdstedelijk: Parlement 89 leden (Frans 72, Nederlands 17 gegarandeerd). Twee kiescolleges (Frans/Nederlands). Regering 5 leden (Minister-President taalneutraal, 4 paritair). 3 Staatssecretarissen. Anti-blokkeringsmaatregelen (bv. Tijdelijke cumulatie).
6.5 Samenwerking en Conflictregeling
Federale loyauteit: verplichting bevoegdheid uit te oefenen zonder federaal evenwicht verstoring. Overlegcomité: belangrijkste politieke overlegorgaan. Interministeriële conferenties: vakministers.
Belangenconflicten: politiek conflict (opportuniteit), verloopt via Overlegcomité, schorts 60 dagen (geen juridische dwang). Bevoegdheidsconflicten: juridisch geschil, Grondwettelijk Hof beslist.
7. Gemeenten en Provincies
7.1 Status
Gedecentraliseerde besturen: autonoom maar niet volledig onafhankelijk. Centrale overheid bevoegdheden toegekend; vrij over eigen bevoegdheden maar onder bestuurlijk toezicht hogere overheid. Gewesten bevoegd over regels samenstelling/werking (met uitzonderingen).
7.2 Provincies
10 in België (5 Vlaams, 5 Waals), BH geen provincie. Provincieraad: rechtstreeks verkozen (6 jaar), 31-36 leden Vlaanderen. Normeringorgaan volheid bevoegdheid (provinciale belangen). Deputatie: max 4 leden + gouverneur (voorzitter). Dagelijks bestuur. Gouverneur: commissaris Vlaamse regering, benoemd Vlaamse regering + federaal advies, vertegenwoordiger beide overheden, toezicht naleving wetten/decreten.
7.3 Gemeenten
Gemeenteraad: rechtstreeks verkozen (6 jaar), 7-55 leden. Normeringorgaan gemeentelijk belang (volheid bevoegdheid). Kandidaten: Belgische/EU-ingezetenen. Kiezers: Belgen/EU-lidstaat, 18 jaar + vreemdelingen na registratie. College burgemeester en schepenen: burgemeester, OCMW-voorzitter, schepenen (2-9). Colleges uitvoerend orgaan. Burgemeester: benoemd Vlaamse regering (meeste naamstemmen grootste coalitiefractie), moet Belg zijn. Voorzitter college, hoofd administratie, ambtenaar burgerlijke stand. Politie, orde, openbare rust, veiligheid.
Districtsraden: alleen gemeenten > 100.000 inwoners. Rechtstreeks verkozen. Structuur weerspiegelt gemeente. Macht afgeleid, ondergeschikt centrale stad. Bronnen bevoegdheid: overgedragen (door gemeente), decreetaal, uitvoering hogere normen. Uitgesloten: personeelszaken, politie, financiën.
8. Grondwettelijke Rechten en Vrijheden
8.1 Draagwijdte
Belgen (ruim: ook vreemdelingen op Belgisch grondgebied). Artikel 191 Gw: vreemdelingen dezelfde bescherming als Belgen. Uitzonderingen via formele wet (vb. burgemeester-eis).
8.2 Gelijkheid
Artikel 10 Gw: gelijkheid vast. Artikel 11 Gw: niet-discriminatie. Juridische gelijkheid vereist: dezelfde toestand → gelijke behandeling; wezenlijk verschillende toestand → mag verschillend. Objectief criterium nodig (redelijk verantwoord, legitiem doel, evenredige middel). Gevoelige kenmerken (ras, geslacht, politieke overtuiging): onweerlegbaar vermoeden discriminatie.
8.3 Persoonlijke Vrijheid en Privacy
Vrijheid persoon: bescherming willekeurige vervolging, fysieke bewegingsvrijheid (gaan en staan), woon- en verblijfplaatskeuze. Onschendbaarheid woning: huiszoeking enkel bij wet bepaald. Federaal bepaalt vorm; gemeenschappen/gewesten alleen 'gevallen'. Briefgeheim: onschendbaar. Uitzonderingen: post verdachte inhoud, strafrechtelijk onderzoek. Privéleven: eerbiediging privé-/gezinsleven (negatief: bescherming inmenging; positief: actieve maatregelen). Kinderen: morele, lichamelijke, geestelijke, seksuele integriteit beschermd. Belang kind centraal. Hoorrecht.
8.4 Eigendomsrecht
Fundamenteel recht. Geen beroving zonder: algemeen nut, wettelijke procedure, billijke voorafgaande schadevergoeding. EVRM breder: ook verstoring genot, gebruiksregeling. Evenredigheidsbeginsel: evenwicht algemeen belang en privaat eigendomsrecht.
8.5 Vrijheid Mening
Mening uiten alle domeinen (politiek, ideologisch, religieus, filosofisch), alle media. Misbruik strafbaar. Eredienstvrijheid: erkende/niet-erkende. Negatief: geen dwang eredienstahandeling/plechtigheden/rustdagen. Scheiding kerk-staat: staat mag niet bemoeien bedienaren benoeming; bedienaren mogen brieven voeren/documenten bekend maken.
Drukpersvrijheid: drukpers vrij, censuur verboden. Getrapte aansprakelijkheid: Schrijver → Uitgever → Drukker → Verspreider. Hof van assisen persmisdrijven (jury), behalve racisme/xenofobie (correctionele rechtbank).
Onderwijsvrijheid: Vrijheid verstrekken (geen voorafgaande toestemming). Keuzevrijheid/neutraliteit: ouders vrije keuze; openbare scholen neutraal (godsdienst of zedenleer). Recht onderwijs: kosteloos tot leerplicht. Gelijkheid: alle gelijk, uitzonderingen voor objectieve verschillen.
Vergadering/Vereniging: Gesloten lokaal geen machtiging (niet-gewapend, vreedzaam). Voorkoming wanordelijkheden mogelijk. Open lucht politiewetten. Betogingsrecht (vaak melding/toestemming). Vereniging: oprichting geen preventieve maatregelen. Dubbel recht: stichten EN lid (negatief: niet meedoen).
8.6 Economische, Sociale, Culturele Rechten
Menswaardig bestaan: iedereen recht. Specifieke rechten: Arbeid (werk, beroepskeuze, billijke voorwaarden, onderhandeling). Zorg (gezondheid, bijstand). Wonen. Leefomgeving (gezond milieu). Ontplooing (cultuur, maatschappelijk). Gezin (bijslagen).
Programmarechten: geen rechtstreekse werking; overheid principieel plicht beleid voeren. Standstill-verplichting: wetgever mag beschermingsniveau niet verlagen zonder redelijke verantwoording.
8.7 Andere Rechten
Handicap: volledige inclusie, redelijke aanpassingen. Petitie: schriftelijk verzoeken overheid. Taalvrijheid: talen spreken (samengelezen met regulerings-artikelen). Bestuur/Ambtenaren: inzagerecht (bestuursdocumenten), vervolgingsrecht (zonder ambtenaren toestemming). Grondwettelijk Hof toezicht: toetsingsbevoegdheid wetten/decreten/ordonnanties grondwetsconformiteit.
Start a quiz
Test your knowledge with interactive questions